Khaled, 4 jaar
Tripoli, Libanon

“Het ergste heeft hij al meegemaakt”

Khaled was één jaar toen hij zijn been verloor tijdens een bombardement in Syrië. Zijn beide ouders kwamen die dag om het leven. Hij groeit nu op bij zijn tante, die als vluchtelinge leeft in Libanon. Het jongetje krijgt psychologische begeleiding van Handicap International.

15 april 2014. Ik zal die datum nooit vergeten”, vertelt Arkan, de tante van Khaled. Ze kleedt hem aan en laat hem buiten spelen met zijn neefjes, omdat ze niet wil dat hij de rest van haar verhaal hoort. “We zaten allemaal voor het huis. De mama van Khaled, ik, onze kinderen … Het werd avond, de zon ging onder. Er vloog een vliegtuig over en meteen daarna raakte een raket ons huis. De muur waartegen de mama van Khaled leunde, stortte in. Haar lichaam werd in twee gekliefd. Er was enkel nog haar hoofd. Mijn zoon van elf stierf die dag ook. Zijn hersenen kwamen uit zijn schedel. Khaled leefde nog, maar zat vol granaatscherven en één van zijn beentjes was verbrijzeld.”

Khaled werd met spoed naar het ziekenhuis gebracht. Daar stelden ze vast dat hij ook kanker had. Een andere tante besloot om gedurende de behandeling in Syrië bij hem te blijven. Ondertussen vluchtten Arkan en haar kinderen naar Libanon. “Khaled is nog twee jaar in Syrië gebleven. Maar de situatie in Homs werd onhoudbaar. Elke dag vielen er bommen. Voor de veiligheid leefden de mensen er ondergronds. Hij was doodsbang …” Khaled en zijn tante vluchtten uiteindelijk naar Libanon, waar Arkan de zorg voor hem overnam. “Zijn mama en ik waren als zussen voor elkaar. Door het bombardement ben ik mijn zoon verloren, maar god heeft me een andere zoon gegeven. Khaled noemt me zelfs mama.”

Khaled beseft niet goed dat Arkan zijn tante is, maar hij weet goed hoe hij zijn been verloor. “Wanneer ik hem aankleed en hij zijn prothese ziet, laat hij verstaan dat hij het verhaal van het ongeluk kent.” Liefdevol kijkt Arkan naar haar neefje: “Over twee dagen is het zijn verjaardag. Hij is een heel pientere jongen, met een groot hart. Voor mij is hij net als mijn andere kinderen. Ik hoop dat hem een mooie toekomst te wachten staat. Het ergste heeft hij al meegemaakt.”