Molham, 12 jaar
Mafrak, Jordanië

“Ik mis mijn land heel erg”

“Ik zou willen dat geen enkel ander kind nog gewond raakt in deze oorlog”, zegt Molham. Hij was 9 jaar toen een verdwaalde kogel zijn lichaam raakte, in de Syrische stad Homs. In 2014 sloeg het gezin van Molham op de vlucht voor het geweld en gingen ze naar Jordanië. Daar kan de jongen rekenen op revalidatietherapie en psychologische steun van Handicap International.

Enkele jaren geleden begon het geweld in onze stad aan te zwellen. We wilden ons land niet zomaar achterlaten, maar uiteindelijk werd de situatie onleefbaar. Intussen was Molham gewond geraakt”, legt zijn mama uit tijdens één van zijn revalidatiesessies. Molham vertelt zelf aan onze kinesiste Farah wat er gebeurde: “Ik zat voor ons huis, toen ik een kogel in mijn been kreeg. Tien dagen moest ik in het ziekenhuis blijven. Ze hebben mij dikwijls moeten opereren.”

Tijdens de revalidatiesessie stelt Farah Molhams evenwicht op de proef met een partijtje voetbal. Ze moedigt de jongen aan en wijst hem op de vooruitgang die hij heeft geboekt sinds zijn laatste sessie. “Ik ben nog niet goed genoeg. Ik wil weer kunnen spelen zoals vroeger”, antwoordt Molham. Farah legt hem uit dat het tijd zal vergen en dat hij geduld moet hebben. Het verleden speelt de jongen parten. “Ik mis Syrië heel erg. En mijn huis ook. Het was een mooi en groot huis, anders dan hier … Ik herinner me de weg naar school nog, de namiddagen bij oma en opa samen met mijn neefjes, de spelletjes die ik speelde met mijn vrienden … Nu weet ik niet eens waar ze zijn en of het goed gaat met hen.”

Molham heeft het ook mentaal moeilijk door alles wat hij al meemaakte sinds de oorlog. “Toen hij in Jordanië aankwam, was hij erg agressief. We stelden zijn mama voor om hem naast kinesitherapie ook psychologische steun te bieden. Dat heeft geholpen. Toch zal het een tijd duren voor hij er weer bovenop komt”, legt Farah uit. Wanneer we Molham vragen waar hij vandaag van droomt, antwoordt hij: “Ik wou dat ik naar Syrië kon, zoals het vroeger was. En ik zou willen dat geen enkel kind pijn wordt gedaan in deze oorlog.”